Je kunt prima leren luisteren… en tóch niet horen wat er gezegd wordt
“Door beter te leren luisteren kan ik mijn gesprekspartner beter begrijpen.”
“Ik ben snel met mijn mening, ik wil meer openstaan voor die van de ander.”
“Ik wil ook kunnen luisteren naar mensen die ik niet zo sympathiek vind.”
Het zijn herkenbare redenen om een luistertraining te volgen.
En toch ga ik meteen iets zeggen wat misschien schuurt:
Beter leren luisteren begint niet met luisteren.
Veel mensen hopen dat ze door een training simpelweg een vaardigheid aanleren. Een paar technieken, wat tips… en klaar.
Maar zo werkt het niet.
Ik begeleidde ooit iemand die zowel privé als op haar werk onder flinke druk stond. Haar hoofd zat vol. Gedachten buitelden over elkaar heen. Chaos. Zou een luistertraining haar helpen om beter te luisteren?
Waarschijnlijk niet.
Niet omdat ze het niet wilde. Maar omdat er simpelweg geen ruimte was om echt te luisteren. Het onderliggende probleem zat niet in haar vaardigheden, maar in haar mentale belasting.
En soms zit het nóg dieper. Neem iemand die zegt:
“Ik wil ook beter leren luisteren naar mensen die ik niet sympathiek vind.”
Tijdens de training bleek dat ze dat inderdaad wilde…
maar “niet naar die ene collega die zo irritant van de regeltjes is”.
Dan heb je geen luisterprobleem.
Dan heb je een overtuiging die in de weg zit. Dat is precies waar het vaak misgaat.
We focussen op gedrag, op wat we doen in een gesprek, terwijl de echte blokkade zit in wat er vanbinnen gebeurt.
Wil je écht beter leren luisteren, dan vraagt dat eerst iets anders.
Dag 1 van mijn training gaat daar volledig over.
Niet over trucjes.
Maar over jou.
Wat gebeurt er in jouw hoofd als iemand praat?
Wanneer haak je af?
Wanneer ga je alvast reageren?
Wanneer sluit je je af?
En vooral:
welke overtuigingen, aannames of patronen zitten daaronder?
Zolang je die niet ziet, blijf je tegen dezelfde grenzen aanlopen — hoeveel technieken je ook leert.
Een voorbeeld.
Tijdens een teamtraining zat een man die nauwelijks iets zei. Hij gaf wel antwoord als hij iets werd gevraagd, maar mengde zich verder niet in het gesprek. Een collega begreep er niets van.
“Waarom zegt hij zo weinig? Hij mag wel wat assertiever zijn.”
Maar wat bleek? In zijn cultuur is het not done om anderen in de rede te vallen. Waar de rest van de groep enthousiast door elkaar praatte, hield hij zich juist in; uit respect.
Was dit een gebrek aan assertiviteit?
Of een sterke norm van beleefdheid?
In plaats van hem te leren “meer te zeggen”, zat de beweging in het onderzoeken van zijn overtuigingen, en wanneer hij die wél of niet wilde volgen.
Wat ik geloof?
Dat we vaak meer kunnen dan we denken, zodra we onze overtuigingen onderzoeken en soms durven loslaten.
Als je gelooft dat fouten maken mag, wordt het bijvoorbeeld makkelijker om naar feedback te luisteren.
Als je gelooft dat iemand “altijd lastig is”, wordt luisteren naar deze persoon bijna onmogelijk.
Pas als je dat inzicht hebt, ontstaat er ruimte.
En dán, en pas dán, heeft het zin om te werken aan de vaardigheid zelf.
Dag 2 van de training gaat daarover.
Dan leer je hoe je echt luistert.
Hoe je vragen stelt.
Hoe je aansluit bij de ander.
Hoe je ruimte houdt in een gesprek.
Maar die vaardigheden landen pas echt, omdat je eerst hebt gekeken naar wat er in jou gebeurt.
Dus ja, je kunt leren luisteren.
Maar als je écht beter wilt leren luisteren, begint het niet met een techniek.
Het begint bij jezelf.
En precies daar begint dag één.
